1. Wie zijn wij?
Wij zijn een Belgisch–Braziliaans koppel, officieel gedomicilieerd in Brussel.
Ik, Steven , ben Belg en gezinshereniger. Mijn echtgenote, de aanvrager, is Braziliaans.
Thuis spreken wij voornamelijk Engels.
Ik fungeer als tolk tussen het Nederlands en het Engels.
Mijn echtgenote als de tolk tussen het Portugees en Engels.
Onze procedure bij de Stad Brussel (Brucity) ging over gezinshereniging en verblijfsrecht — een dossier met zware juridische en menselijke gevolgen.
Ik, Steven , ben Belg en gezinshereniger. Mijn echtgenote, de aanvrager, is Braziliaans.
Thuis spreken wij voornamelijk Engels.
Ik fungeer als tolk tussen het Nederlands en het Engels.
Mijn echtgenote als de tolk tussen het Portugees en Engels.
Onze procedure bij de Stad Brussel (Brucity) ging over gezinshereniging en verblijfsrecht — een dossier met zware juridische en menselijke gevolgen.
2. Wat is er precies gebeurd?
Bij onze contacten met Brucity stelden wij het volgende vast:
• Onze eerste (digitale) communicatie, verliep in het Nederlands.
• Het eerste (digitale) antwoord van BruCity verliep eveneens in het Nederlands.
• In de online afspraakmodule MyBXL.be is er de keuze tussen Nederlands en Frans.
• Aan de loketten bij Stad Brussel BruCity, werden we vervolgens uitsluitend in het Frans bediend, iemand die Nederlands sprak was nooit een optie. (De enige keer dat een loketbediende ons in het Nederlands bediende was in maart 2025 wanneer ik mij opnieuw kwam inschrijven in Belgie)
• Aan de loketten bij BruCity werd ons medegedeeld (in het Frans natuurlijk) dat Nederlandstalige bediening niet beschikbaar was en dat men ons alleen in het Frans kon helpen.
Ik citeer de bediende zijn woorden op datum van 8 augustus 2025: 'Je suis francophone. Je ne parle pas néerlandais.'
• De boodschap was duidelijk: als wij Nederlands bleven gebruiken, konden wij niet geholpen worden.
Alle officiële documenten werden uitsluitend in het Frans opgesteld, ondanks onze duidelijke taalkeuze voor het Nederlands.
Wat je dan doet als keurige Vlaming, en met de zeer negatieve ervaring die we reeds hadden gehad in 2022, is je best doen om het in het Frans rond te krijgen.
Het laatste dat je wil is jezelf compromiteren, want die macht hebben ze duidelijk.
• Onze eerste (digitale) communicatie, verliep in het Nederlands.
• Het eerste (digitale) antwoord van BruCity verliep eveneens in het Nederlands.
• In de online afspraakmodule MyBXL.be is er de keuze tussen Nederlands en Frans.
• Aan de loketten bij Stad Brussel BruCity, werden we vervolgens uitsluitend in het Frans bediend, iemand die Nederlands sprak was nooit een optie. (De enige keer dat een loketbediende ons in het Nederlands bediende was in maart 2025 wanneer ik mij opnieuw kwam inschrijven in Belgie)
• Aan de loketten bij BruCity werd ons medegedeeld (in het Frans natuurlijk) dat Nederlandstalige bediening niet beschikbaar was en dat men ons alleen in het Frans kon helpen.
Ik citeer de bediende zijn woorden op datum van 8 augustus 2025: 'Je suis francophone. Je ne parle pas néerlandais.'
• De boodschap was duidelijk: als wij Nederlands bleven gebruiken, konden wij niet geholpen worden.
Alle officiële documenten werden uitsluitend in het Frans opgesteld, ondanks onze duidelijke taalkeuze voor het Nederlands.
Wat je dan doet als keurige Vlaming, en met de zeer negatieve ervaring die we reeds hadden gehad in 2022, is je best doen om het in het Frans rond te krijgen.
Het laatste dat je wil is jezelf compromiteren, want die macht hebben ze duidelijk.
3. Onze taalkeuze en rolverdeling
- Ik ben Nederlandstalige Belg en koos bewust voor Nederlands als bestuurstaal.
- Thuis spreken wij Engels, en ik trad op als tolk tussen het Nederlands en het Engels.
- Mijn echtgenote is Braziliaans; haar moedertaal is Portugees.
Zij beheerst het Frans zeer goed, beter dan mezelf, maar:
- zij beschikt niet over de gespecialiseerde terminologie van Belgische administratieve procedures;
- zij heeft Frans gestudeerd in Frankrijk, waar woordenschat, administratieve termen en zelfs getallen verschillen van het Belgisch Frans.
Pas op het einde van het dossier hebben we, uit respect en onder druk van de situatie, de communicatie in het Frans verstuurd—zeker niet omdat wij onze taalkeuze wilden wijzigen.
Het gebruik van Frans door ons op dat moment was dus geen vrije taalkeuze, maar een noodgedwongen aanpassing aan een onwettige praktijk.
4. Welke wetten worden geschonden?
De Taalwet van 18 juli 1966 bepaalt dat:
• burgers in Brussel recht hebben op bediening in de taal van hun keuze;
• gemeenten verplicht zijn om tweetalig personeel te voorzien;
• officiële documenten tweetalig moeten zijn.
De praktijk van de Stad Brussel schendt:
• het recht op Nederlandstalige bediening;
• de verplichting tot tweetalig personeel;
• de plicht tot tweetalige documenten;
• de beginselen van behoorlijk bestuur.
• burgers in Brussel recht hebben op bediening in de taal van hun keuze;
• gemeenten verplicht zijn om tweetalig personeel te voorzien;
• officiële documenten tweetalig moeten zijn.
De praktijk van de Stad Brussel schendt:
• het recht op Nederlandstalige bediening;
• de verplichting tot tweetalig personeel;
• de plicht tot tweetalige documenten;
• de beginselen van behoorlijk bestuur.
5. Waarom dit iedereen aanbelangt
Dit dossier raakt:
• alle Nederlandstaligen in Brussel,
• alle Nederlandstalige inwoners van Vlaams-Brabant,
• en iedereen uit het Vlaamse Gewest die in Brussel administratieve stappen moet zetten.
Als een Brusselse gemeente ongestraft Nederlandstalige bediening kan weigeren, komt het fundamentele taalrecht van honderdduizenden burgers onder druk te staan.
• alle Nederlandstaligen in Brussel,
• alle Nederlandstalige inwoners van Vlaams-Brabant,
• en iedereen uit het Vlaamse Gewest die in Brussel administratieve stappen moet zetten.
Als een Brusselse gemeente ongestraft Nederlandstalige bediening kan weigeren, komt het fundamentele taalrecht van honderdduizenden burgers onder druk te staan.
6. Wat wij reeds ondernamen
Ik heb de Stad Brussel formeel in gebreke gesteld wegens:
• structurele weigering van Nederlandstalige bediening;
• systematische communicatie uitsluitend in het Frans;
• het opleggen van Frans in fysieke loketten.
Ik behoud ons het recht voor om:
• klacht in te dienen bij de Vaste Commissie voor Taaltoezicht (VCT);
• de zaak te melden aan de Taalwetwijzer;
• deze taalinbreuken te gebruiken in administratieve en gerechtelijke procedures;
• structurele weigering van Nederlandstalige bediening;
• systematische communicatie uitsluitend in het Frans;
• het opleggen van Frans in fysieke loketten.
Ik behoud ons het recht voor om:
• klacht in te dienen bij de Vaste Commissie voor Taaltoezicht (VCT);
• de zaak te melden aan de Taalwetwijzer;
• deze taalinbreuken te gebruiken in administratieve en gerechtelijke procedures;
7. Bedenking
Ik vraag me soms af of mijn betoog iets zal veranderen.
De taalwetgeving wordt al generaties genegeerd, alsof het optionele richtlijnen zijn.
Iedereen weet wat de wet zegt — maar op het terrein verandert er nauwelijks iets.
En precies daarom moet dit gezegd worden.
Want normaliseren wat onwettig is, is gevaarlijker dan het onrecht zelf.
De taalwetgeving wordt al generaties genegeerd, alsof het optionele richtlijnen zijn.
Iedereen weet wat de wet zegt — maar op het terrein verandert er nauwelijks iets.
En precies daarom moet dit gezegd worden.
Want normaliseren wat onwettig is, is gevaarlijker dan het onrecht zelf.