Overslaan naar inhoud

Wanneer de Belgische administratie faalt:

hoe twee fictieve positieve beslissingen het falen van DVZ blootleggen


Inleiding

Het recht op gezinsleven is een van de meest fundamentele rechten in de Belgische en Europese rechtsorde. Toch toont een recent dossier aan hoe administratieve fouten, traagheid en gebrek aan zorgvuldigheid dit recht ernstig kunnen ondermijnen. Het gaat om een Belgisch‑Braziliaans koppel dat al meer dan tien jaar als gezin samenleeft, waarvan acht jaar in een wettig huwelijk. Ze bouwden een stabiel leven op in Brazilië voordat ze besloten naar België te verhuizen, waar de echtgenoot — een Belg — zijn echtgenote wilde laten aansluiten via gezinshereniging.
Wat volgde was geen integratieproces, maar een administratieve nachtmerrie die culmineerde in een absurde situatie: de Belgische echtgenoot werd op 23 februari 2026 opnieuw ingeschreven als “alleenstaand”, alsof zijn achtjarig huwelijk en tien jaar gezinsleven nooit hadden bestaan.


Een gezin met een lange geschiedenis

Voor hun komst naar België leefden de Belg en zijn Braziliaanse echtgenote tien jaar samen als een hecht gezin. Hun huwelijk, dat inmiddels acht jaar standhoudt, vormt de kern van hun leven samen. Hun verhuis naar België was een logische stap: de Belg wilde terugkeren naar zijn thuisland, mét zijn echtgenote, zoals het vrij verkeer binnen de EU en het recht op gezinsleven toelaten. 
Maar in plaats van een vlotte administratieve overgang, botsten ze op een systeem dat hen jarenlang in onzekerheid hield — en dat zelfs hun burgerlijke staat foutief wijzigde.


De wettelijke basis: fictieve positieve beslissingen als bescherming

De Vreemdelingenwet voorziet een duidelijke bescherming tegen administratieve stilstand: wanneer DVZ niet binnen zes maanden beslist over een aanvraag gezinshereniging, ontstaat automatisch een fictieve positieve beslissing.
In dit dossier gebeurde dat twee keer:
  • 4 mei 2022 — fictieve positieve beslissing eerste aanvraag
  • 8 februari 2026 — fictieve positieve beslissing tweede aanvraag
Beide beslissingen zijn automatisch, bindend en onmiddellijk uitvoerbaar. Toch weigerden DVZ en Stad Brussel ze uit te voeren.


Een keten van procedurefouten



1. Laattijdige en juridisch onmogelijke betekening
De beslissing van 29 april 2022 werd pas op 23 mei 2022 betekend — 19 dagen te laat.
In de tweede aanvraag werd het nog absurder:
het dossier vermeldde dat de beslissing van 13 februari 2026 “op 11 februari 2026 betekend zou worden”.
Met andere woorden: DVZ plande een betekening twee dagen vóór de beslissing bestond.
Dit is niet alleen juridisch onmogelijk, maar toont een fundamenteel gebrek aan dossiercontrole.

2. Onwettige schrapping uit het vreemdelingenregister
Op 23 februari 2026 werd de Braziliaanse echtgenote onwettig geschrapt uit het vreemdelingenregister, zonder kennisgeving, zonder motivering en zonder onderzoek.
Deze schrapping maakte betekening onmogelijk en schond de regels van het Rijksregister.

3. Foutieve wijziging van de burgerlijke staat van de Belgische echtgenoot
Op dezelfde dag — 23 februari 2026 — werd de Belgische echtgenoot administratief opnieuw ingeschreven als “alleenstaand”, ondanks:
  • een achtjarig wettig huwelijk,
  • een internationaal erkend huwelijk,
  • tien jaar samenleven als gezin,
  • een lopende aanvraag gezinshereniging.
Een gemeente heeft geen bevoegdheid om een huwelijk te “wissen” zonder gerechtelijke beslissing.
Deze wijziging is dus zowel feitelijk als juridisch foutief.

4. Foutieve beoordeling van de bestaansmiddelen
Hoewel de Belgische echtgenoot een stabiel en ruim voldoende inkomen heeft, weigerde DVZ:
  • loonfiches
  • aanslagbiljetten
  • fiches 281.20
  • huurinkomsten
  • boekhoudkundige documenten
DVZ legde bovendien extra‑wettelijke voorwaarden op, in strijd met vaste rechtspraak.

5. Onterechte behandeling als toerist
Ondanks hun huwelijk en langdurig samenleven werd de Braziliaanse echtgenote behandeld alsof ze een toerist was.
Dit druist in tegen artikel 21 VWEU en de rechtspraak van het Hof van Justitie.


De menselijke impact: een gezin in onzekerheid
De administratieve fouten hadden zware gevolgen voor dit Belgisch‑Braziliaanse gezin:
  • hun tienjarige gezinsleven werd abrupt onderbroken door administratieve willekeur;
  • de echtgenote werd administratief “onzichtbaar” door de schrapping;
  • de Belgische echtgenoot werd ten onrechte als “alleenstaand” geregistreerd;
  • toegang tot gezondheidszorg, werk en sociale rechten werd geblokkeerd;
  • het koppel leefde jarenlang in angst en onzekerheid;
  • hun achtjarig huwelijk werd door de administratie behandeld alsof het niet bestond.
Dit vormt een duidelijke schending van artikel 8 EVRM en artikel 7 van het Handvest.


Wat deze zaak onthult over het systeem
Deze zaak is geen uitzondering. Ze toont structurele problemen:
  • onderbemanning en achterstand bij DVZ
  • gebrek aan kennis van EU‑recht
  • onvoldoende kwaliteitscontrole
  • willekeurige interpretatie van regels
  • gebrek aan bescherming tegen administratieve fouten
De fictieve positieve beslissing verliest haar waarde wanneer overheden weigeren ze uit te voeren.


Naar een efficiëntere en menselijkere administratie
Deze zaak toont dat hervormingen noodzakelijk zijn:
  • automatische uitvoering van fictieve positieve beslissingen
  • betere opleiding van administraties
  • digitalisering van betekening
  • sancties bij herhaaldelijke procedurefouten
  • versterking van rechtsbescherming voor gezinnen


Conclusie

Een Belgisch‑Braziliaans gezin dat al tien jaar samenleeft en acht jaar gehuwd is, mag niet het slachtoffer worden van administratieve fouten.
Dat de Belgische echtgenoot zelfs terug als “alleenstaand” werd ingeschreven, toont hoe diep de fouten gaan.
Het recht op gezinsleven mag nooit afhangen van willekeur of nalatigheid.

Deze zaak toont hoe belangrijk het is dat de rechtsstaat waakt over burgers — en dat administraties hun wettelijke verplichtingen respecteren.